RegenboogWeb Hoogeveen
SCHOKKEND: MEER DAN HONDERD MELDINGEN SEKSUEEL MISBRUIK KINDEREN JEUGDZORG
HOOGEVEEN – Meer dan honderd slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugdzorg, hebben zich sinds eind juli bij de commissie-Samson gemeld. Het gaat om kinderen die door de rechter uit huis zijn geplaatst en vervolgens terechtkwamen in een jeugdinstelling of pleeggezin. Daar werden zij seksueel misbruikt door bijvoorbeeld groepsleiders of pleegouders.
Voorzitter van het onderzoek, oud-procureur generaal Rieke Samson-Geerlings, riep donderdag slachtoffers, daders en getuigen op van zich te laten horen via het telefonisch meldpunt 070-3765872. Direct na die oproep stonden de lijnen 's middags opnieuw roodgloeiend. Een duidelijk teken dat de omvang van het misbruik enorm veel groter is dan tot nog toe bekend is en was ingeschat.
Het onderzoek is ingesteld nadat begin dit jaar de discussie over seksueel misbruik in de katholieke kerk oplaaide. Er meldden zich vele honderden slachtoffers die in hun jeugdjaren op internaten werden betast en verkracht door priesters. Het onderzoek daaromtrent wordt in principe uitgevoerd door de commissie-Deetman. Die richt zich vooral op de verantwoordelijkheid van de katholieke kerk in het geheel.
In sommige van die zaken speelt nog een facet: een deel van de slachtoffers is destijds niet door hun ouders, maar door de kinderbescherming naar internaten gestuurd, onder verantwoordelijkheid van de overheid dus. Dat was reden om een aparte commissie onderzoek te laten verrichten naar seksueel misbruik van door de rechter uit huis geplaatste kinderen, los van de vraag of dat in een katholieke omgeving gebeurde.
Extra schrijnend is dat in veel gevallen deze kinderen bij hun ouders zijn weggehaald omdat zij werden mishandeld, misbruikt of verwaarloosd. Vervolgens kwamen zij dus op een plek waar zij opnieuw slachtoffer werden
Samson onderscheidt in de meldingen drie groepen:
- Misbruik door leiding van jeugdinstellingen
- Misbruik door pleegouders
- Misbruik door
andere kinderen in de groep
Naast de omvang van de misstanden, is ook een belangrijke vraag van het onderzoek van de commissie-Samson wie er allemaal hebben geweten wat er gebeurde. In het onderzoek naar de katholieke kerk lijkt het erop dat veel hooggeplaatste kerkelijken een oogje dichtknepen of zelf als dader betrokken waren bij het misbruik. Het is nu de vraag of dat ook geldt voor leidinggevenden van overheidsinstanties.
Mag je het ene misbruik tegen het andere misbruik afwegen? Natuurlijk niet. Maar je kunt wel vaststellen dat misbruiksituaties in de jeugdzorg en de pleegzorg op een heel eigen manier schrijnen. Het gaat hier om kinderen die weggehaald zijn bij hun ouders, losgescheurd dus uit de basisverbanden van het menselijk bestaan. Om hen in veiligheid te brengen, te beschermen, niet zelden tegen (seksueel) misbruik. Misbruikte kinderen zijn dubbel kwetsbaar. Natuurlijk hebben ze geleden, maar aan de andere kant is het misbruik ook het systeem geworden waarin ze zijn opgegroeid. Het is de wereld die ze kennen, waarin ze weten hoe de dingen werken - hoe vreselijk de dingen ook werken. Een instelling voor jeugdzorg, een pleeggezin: het is een wereld waarin alles vreemd is, waarin alles anders ruikt, voelt en doet dan wat je kent. Dat levert vaak een tegenstrijdige vatbaarheid op voor de situaties waartegen je juist beschermd zou moeten worden. Andersom: als juist de mensen die veiligheid zouden moeten bieden over de schreef gaan, de mensen die je moeten leren dat misbruik niet normaal is, is de schade niet te overzien. Daar komt nog een kwestie bij: als de hulpverlening onbetrouwbaar blijkt, wie zal dan nog hulp verlenen? Er is voor het slachtoffer geen andere optie dan weer een nieuw pleeggezin, en wie garandeert dat de nieuwe pleegouders nog wel te vertrouwen zijn?
De zwarte bladzijden van misbruik en geweld zullen nu ook in de boeken van de jeugdzorg, jeugdagenten en de pleegzorg geschreven worden.
Omdat het misbruik heeft plaatsgevonden terwijl de kinderen onder verantwoordelijkheid vielen van de overheid, besloot de regering dit voorjaar de commissie-Samson opdracht te geven uit te zoeken hoe wijdverbreid de misstanden zijn. De onderzoeksperiode beslaat 1945 tot heden.
Onder de meer dan honderd melders die tot nog toe bekend zijn, is ook een aantal recente slachtoffers. De commissie-Samson adviseert hen alsnog aangifte te doen bij politie en verwijst hen door naar hulpverleners als zij daar behoefte aan hebben. In juni 2012 moet het onderzoek zijn afgerond.
Het is niet bekend of de kinderen middels de “Bolderkar” methode – u weet het misschien nog wel: dat krankzinnige onderzoek met die bekende poppen alwaar de "geitenwollen sokken sex hulp verleners" graag misbruik van/mee maakten mee werkten destijds – onderzocht zullen worden.


